Hoe kijken we naar mensen met een mentale beperking? In welke wereld leven zij? Kunnen we contact leggen? Kan een artistieke benadering vanuit muzikale interactie daar een rol in spelen? Kunnen we die interacties beschouwen als een vergrootglas op het fundamentele leerproces?
Van 10 tot 19 januari organiseerde Musica in samenwerking met Dienstencentrum Sint-Oda te Overpelt een experiment met vijf bewoners. De deelnemers hadden allen een ernstig mentale en meervoudige handicap. Het experiment bestond uit vier sessies. De duur van de sessies lag niet strak vast, maar zou blijken op het moment zelf. Aanleiding was een vraag vanwege het dienstencentrum, geïnspireerd door de artistiek-pedagogische insteek bij de Babelut-projecten van Musica. De sessies werden geleid door Liesbet Hoorelbeke, docente van Musica.
Muziek heeft wellicht altijd een of andere invloed op ons gemoed, en in die zin is ook voor mensen zonder handicap een zeker therapeutisch effect nooit uitgesloten. Toch beschouwden we dit project niet als een experimentele muziektherapie, maar wilden we op zoek gaan naar een originele vorm van samen creëren. We wilden onderzoeken of we de deelnemers konden betrekken bij een muzikale interactie waarbij ze zelf mee vorm zouden geven aan de soms lukraak opborrelende muzikale ideeën. De beperkingen van deze mensen bepaalden aanvankelijk de limieten, de duur en de muzikale interactiemogelijkheden. Naargelang het proces vorderde werd steeds meer duidelijk hoe de beperkingen als opportuniteiten en kansen konden worden aangegrepen. Wat startte als een muzikaal experiment vanuit een zeer specifieke en beperkende context, werd zo een zoektocht naar wezenlijke muzikale interactie.
Onderstaande verslagen kwamen tot stand onmiddellijk na de sessies en zijn geschreven door Liesbet Hoorelbeke. De namen van de deelnemende bewoners van Dienstencentrum Sint-Oda werden veranderd.
Verslag experiment Sint-Oda 10/01/201
Aanwezige deelnemers: Pierre, Marieke, Christiane, Jos en Xavier
Leiding sessie en verslag: Liesbet Hoorelbeke (docent Musica)
Aanwezige begeleiding: Sarah (orthopedagoge St.-Oda), Michel (muziektherapeut St.-Oda), Thérèse (leefgroepbegeleidster St.-Oda)
Duur van de sessie: 20’
Op voorhand wist ik niet goed wat ik van dit experiment kon verwachten. De vraag die speelde bij me was of de deelnemers zich zouden durven geven in het experiment. Want mijn ervaring met mensen met een handicap vertelt me dat een vertrouwensrelatie tussen deelnemer en muziekbegeleider het meest essentiële is om tot musiceren te komen. De doelgroep in Sint-Oda is nog een stuk zwakker dan de doelgroep waarmee ik in mijn eigen praktijk werk, dus verwachtte ik dat het nog moeilijker zou zijn om tot musiceren te komen. Anderzijds kan muziek ook een ingangspoort zijn om tot vertrouwen te komen.
Daarom besloot ik veel van het moment te laten afhangen. Mezelf op voorhand geen doelstellingen in te prenten, geen activiteiten vast te leggen, maar enkel een aantal instrumenten en mijn stem mee te nemen en zo te zien waar we samen zouden komen. Het enige dat ik wilde vastleggen was het welkomst- en afscheidslied dat ik ook gebruik in de sessies ‘Muzikale dialogen’ voor Babelut, het project met baby’s en peuters.
De doelgroep was zwak, heel zwak. Hun houding tegenover de muziek was meer een luisterhouding dan een actieve speelhouding die ik toch wel meer voor ogen had. Ik improviseerde op instrumenten, maar voelde dat ik langs die weg niet voldoende contact kreeg en dat ik met mijn stem dichter bij hen kon komen. Toch remden hun reacties mijn stemgebruik ook soms af. Ik vond het zeer moeilijk inschatten welk gevoel er achter die reacties zat. Reageerden ze nu blij of waren ze eerder boos? Daarvoor kende ik deze mensen natuurlijk niet goed genoeg.
Ik bouwde onbewust de structuur in dat ik zelf een instrument nam, het liet horen, het als begeleidingsinstrument bij mijn stem gebruikte, ermee rond ging, zodat elke deelnemer eens kon proberen, kon voelen, van dichtbij kon luisteren. Een groepsmusiceren op gang brengen was wellicht veel te hoog gegrepen, maar ik probeerde wel met elke deelnemer afzonderlijk een muzikaal contact aan te gaan.
Met Pierre kon ik al een primitieve communicatie aangaan met klanken. Een kleine dialoog ontstond als het ware. Hij was ook degene die zeer actief op de basmetallofoon speelde. Opvallend bij hem was dat hij een sterk gevoel voor metrum had. Terwijl ik hem begeleidde op de gitaar, liet ik hem zijn metrum opleggen aan mijn gitaarspel.
Toen ik Pierre wilde laten spelen op de xylofoon, bood ik hem het hamertje aan. Vanuit de filosofie bij Babelut, pushte ik hem niet tot spelen, maar wilde hem zelf laten beslissen of hij wilde proberen of niet. De begeleidster die naast hem zat bracht zijn arm naar de xylofoon zodat hij zou kunnen spelen, maar niet op een dwingende manier, eerder ondersteunend. Toen ik hem hoorde spelen, was ik blij dat ze dat gedaan had en kwam bij mij ook het besef dat deze mensen soms wat meer aangespoord moeten worden om tot iets te komen. Uit zichzelf doen of kunnen ze het vaak niet.
Marieke bespeelde ook de xylofoon. Zij had een mooi symmetrisch spel door telkens afwisselend de laagste en hoogste noot aan te slaan. Ook zij kon zich naar mijn gevoel begeven in een metrum. Zij werd tegen het einde van de sessie plots zeer onrustig en licht agressief en liep weg. Dit heb ik als signaal opgepikt om te stoppen.
Xavier is de man die steeds rondloopt. Volgens de begeleiders heeft hij geen ‘zittend gat’. Hij heeft dus niet actief deelgenomen, maar op sommige momenten merkte ik wel zijn interesse en bracht de muziek hem ook even tot stilstand.
Met Christiane kon ik het minst contact krijgen. Het feit dat ze blind is, zit er misschien voor iets tussen, maar volgens de begeleiders had ze ook een slechte dag en hebben ze nog getwijfeld of ze wel kon deelnemen. Ze kwam me vrij angstig over.
Jos bleef nog op een afstand tijdens het experiment, maar wanneer ik het afscheidsliedje zong, dat hetzelfde is als het beginliedje, vertoonde zijn lichaamshouding een duidelijke herkenning. Hij begon ook op zijn been te slaan in de maat van de muziek. Dit werd door de muziektherapeut bevestigd doordat deze begon mee te doen met Jos.
Mijn grootste vraag bij dit experiment op dit moment is wat dit kan bijdragen aan de deelnemers zelf, behalve dan een muzikale ervaring te hebben met iemand anders dan hun eigen muziektherapeut. Ik ervoer toch een zekere angst in de groep en dat nam ik over door mijn stem niet optimaal te durven gebruiken zodat ik niet te intrusief zou klinken. Geïmproviseerde muziek kan voor deze mensen ook ‘gevaren’ impliceren. Het kan gevoelens losmaken die ze niet onder woorden kunnen brengen en ik zal hen op 4 sessies ook niet goed genoeg kennen om deze te kunnen kaderen. Daarom is het goed dat de vertrouwde begeleiding deelneemt aan deze sessies. Verder denk ik volgende sessie ook iets meer vaste structuur in te bouwen op de manier zoals bij de muzikale dialogen (Babelut). Meer te werken met vaste muzikale patronen ipv pure improvisatie die ik vandaag heb gebruik.
Verslag experiment Sint Oda 12/01/2011
Aanwezige deelnemers: Christiane, Marieke, Jos, Pierre, Xavier
Leiding sessie en verslag: Liesbet Hoorelbeke (docent Musica)
Aanwezige begeleiding: Thérèse (leefgroepbegeleidster St.-Oda), Maarten (Musica)
Duur van de sessie: 30’
De muzikale ervaring die ik vandaag samen met deze groep mocht meemaken is bijna onbeschrijfelijk. Ik voelde op bepaalde momenten de muziek spreken en alle andere woorden worden op zo’n moment overbodig. Zo’n moment heb ik nog niet zo vaak mogen meemaken, maar is wel zeer intens om te beleven. Authenticiteit, puurheid, echtheid… zijn woorden die zo’n moment trachten betekenis te geven.
Al van het begin was de sfeer veel rustiger dan vorige keer. Ik merkte dat de deelnemers mij herkenden en dat ze ook al beter wisten wat er zou komen. Dezelfde setting maakte vrijheid in de muziek mogelijk.
Al van bij het beginlied reageerden Jos en Xavier volop. Jos had duidelijk de melodie onthouden en zong vrij correct mee. Ik ging bij iedereen rond met de gitaar, nam bij sommigen hun hand en liet hen meespelen. Soms speelde ik met hun hand mee op de gitaar. Tegenover deze actie stond ik vorige keer nog wat huiverachtig, maar nu merkte ik dat het vaak de enige manier was om hen te laten deelnemen op het instrument en dat ze vaak die aanzet gewoon nodig hebben om tot spelen te komen. Ze lieten me vrij snel aanvoelen wanneer deze actie niet gewenst was. Ik voelde dat ik meer een tactiele vorm van communicatie moest aannemen om hen tot iets te brengen. Ze leken het ook zo gewoon. Ook bij de Gordon-chant die ik startte na het welkomstlied liet ik hen op dezelfde manier deelnemen op een instrument. Soms gaf ik hen het stokje en wanneer ze dit helemaal stil hielden, bracht ik het instrument naar het stokje ipv van zij het stokje naar het instrument. Op deze manier kon ik hen het metrum of ritmische patronen uit de chant laten voelen.
Naar mijn gevoel kwam er niet zoveel reactie op de chant, dus ging ik terug de melodische toer op. Met de vorige sessie in mijn achterhoofd, liet ik Pierre opnieuw op de xylofoon spelen. Pierre nam deze uitnodiging gretig aan en begon te spelen. Vanaf nu waren we echt vertrokken. Pierre ageerde als de motor van de muziek. Hij installeerde een klanktapijt en dat gaf mij de vrijheid om te gaan experimenteren met verschillende instrumenten, mijn stem en eenvoudige bodyritmiek bij de andere groepsleden. Pierre gebruikte naast de xylofoon ook zijn stem in de improvisatie en dat bood mij de gelegenheid om klanken over te nemen en mee te improviseren.
Marieke was veel rustiger dan vorige keer. Ze nam niet deel uit zichzelf, maar wanneer ik haar aanzette tot iets, voelde ik wel kracht in haar armen om de begonnen actie verder te zetten. Op een bepaald moment ging ik op Marieke haar benen klappen terwijl ik een chant fluisterde. Ik kon moeilijk aflezen op haar gezicht of ze het goed vond dat ik dit deed, maar ze protesteerde ook niet, dus hield ik vol. Na een tijdje, nadat ik mij toch al een paar keer de bedenking had gemaakt of ik nu nog verder zou doen, maar om onbepaalde reden toch bleef volhouden, verscheen er een korte maar intense glimlach op haar gezicht, die mij ontroerde. Later in de sessie benaderde ik Marieke met de gleuftrom. Het duurde weer even tot ze in actie kwam en weer vroeg ik me af of ik nog moest wachten en niet naar iemand anders zou gaan met de gleuftrom. Toch werd het wachten weer beloond met een heel summier instrumentaal spel, maar waar ik opnieuw weer veel contact voelde. Terwijl ze speelde keek Marieke naar Pierre, alsof ze besefte dat ze samen muziek aan het maken waren.
Mijn stem is het enige instrument waarbij ik het gevoel had dat ik daarmee de groep kon ondersteunen en vasthouden. Het gaf me houvast om doorheen de muziek die klonk te improviseren met mijn stem. Hele eenvoudige melodieën improviseerde ik met mijn stem, volledig geïnspireerd op wat de groep mij aanbood. Klanken van hen, tonaliteit van de xylofoon die Pierre bespeelt, intensiteit van Xavier,… Ik merkte dat wanneer ik een aantal keer een patroon herhaalde Xavier hier heel snel mee weg was en heel intens kon meezingen. Zijn lichaam bewoog dan ook vaak mee of hij klapte in zijn handen. Ik probeerde hem hier af en toe in te ondersteunen. Bij Xavier had ik het gevoel dat er wel nog meer muzikale mogelijkheden zijn, maar dat hij mij daarvoor nog niet genoeg toeliet. Er zat nog vrij veel afstand tussen ons.
Met Christiane had ik opnieuw zeer weinig contact. Omdat zij niet kan zien, probeerde ik de klinkende muziek ook tactiel waar te maken, maar ze duwde me telkens weg. Haar heen en weer wiebelen viel me op, maar ik wist niet goed wat ermee te doen, probeerde over haar rug te wrijven en haar tempo over te nemen, maar ook dat weigerde ze. Ze keerde zich lichamelijk ook weg van de groep en de muziek.
Xavier bleef ook tijdens deze sessie rondlopen, maar ik merkte veel momenten van stilstand en nieuwsgierigheid. Hij bracht aan het begin van de sessie ook een klokkenspel aan dat ergens in het lokaal stond en dat vond ik zo’n mooi gebaar en gaf me het teken dat hij betrokken zou zijn in de sessie ondanks dat hij rondliep. Soms probeerde ik hem te betrekken wanneer ik zijn nieuwsgierigheid opmerkte, maar daar was het nog te vroeg voor.
Dat er een groepsmusiceren op gang zou komen, dat had ik niet gedacht en zelfs nog niet op durven hopen, maar het is wel ontstaan. Hoe klein ook. Achteraf bedacht ik me dat ik de begeleidster eigenlijk niet betrokken heb en het me ook niet is opgevallen dat ze uit zichzelf deelnam. Misschien volgende keer haar toch maar meer betrekken.
Mijn voornemen om misschien meer structuur te brengen door Gordon-chants en -patterns in de sessie te brengen, daar ben ik mee begonnen, maar even snel ook weer vanaf gestapt. Het muzikale materiaal dat de deelnemers me aanboden en de inspiratie die ik van hen kreeg leek me op dat moment veel interessanter muzikaal materiaal om mee aan de slag te gaan dan alle muziek die ik reeds kende. Nu kon ik meer onze muziek gaan verklanken en dat werkte beter voor mij (en waarschijnlijk ook voor hen).
Verslag experiment Sint-Oda 17/01/2012
Aanwezige deelnemers: Jos, Christiane, Marieke, Xavier, Pierre
Leiding sessie en verslag: Liesbet Hoorelbeke (docent Musica)
Aanwezige begeleiding: Michel (muziektherapeut St.-Oda), Thérèse (leefgroepbegeleidster St.-Oda), Hans (artistiek coördinator Musica)
Duur van de sessie: 40’
Deze sessie begon een beetje onwennig. Ik begon met een chant die vorige sessie tot ontwikkeling was gekomen en voelde de verwachting dat het weer zou uitgroeien tot een soortgelijke ervaring, maar kreeg het deksel op de neus. De deelnemers staarden me aan en ik begon me wat op m’n ongemak te voelen dat het niet lukte. Probeerde wat dingen uit maar naar mijn gevoel kreeg ik weinig reactie. Zo merkte ik dat deze doelgroep echt niet te voorspellen valt en hoe meer verwachting, hoe minder er ingelost wordt. Daarom schakelde ik weer volledig over op improvisatorisatie en liet mijn eigen muzikale ideeën even voor wat ze waren. Ik probeerde in te spelen op de muziek die de deelnemers aanreikten en na een tijdje waren we weer vertrokken.
Verschillende muzikale ideeën kwamen naar voor, maar ik merkte hoe langer een muzikaal idee herhaald werd, hoe beter de groep begon deel te nemen. Voor mij is het een soort evenwichtsoefening tussen blijven herhalen en toch niet ‘saai, afgezaagd’ te worden. Waar voor mijn aanvoelen het punt is dat iets ‘saai’ wordt, is voor de deelnemers vaak pas het punt dat iets herkenbaar en boeiend wordt. Veilig genoeg om zelf aan deel te nemen. Zo merk ik dat hun levenstempo echt een pak trager ligt en het een kunst is om zelf in dat tempo te durven/kunnen stappen.
Het tempo van deelname bij de deelnemers zelf, verschilt ook heel fel. Christiane durft zich meer en meer open te stellen. Waar ik vorige keer nog bij mezelf afvroeg of de sessie voor haar wel nuttig waren en we haar niet gewoon te veel bang maakten, merkte ik nu dat het toch nut had haar er telkens opnieuw weer bij te halen. Vandaag trok Christiane niet meer weg wanneer ik haar hand op de gitaar legde en ging ze heel tactiel om met de snaren. Ook verder in het musiceren wiegde ze mee op de puls van de muziek. Michel had haar een instrument aangeboden (soort kabassa, maar dan met schelpjes, ken exacte naam niet). Het duurde even voor ze er iets mee deed, maar dan kon ik haar voorzichtig experimenterende spel toch horen doorheen de muziek die klonk. Ze nam als het ware deel aan het groepsgebeuren.
Marieke is heel wisselend. Zowel in haar gedrag als haar emoties. Vandaag voelde ik een minder goed muzikaal contact met haar. Dan lachte ze, kort daarna schreeuwde ze. Ze stond ook vaak recht om bevestiging te zoeken bij Thérèse. Die heeft een tijdje samen met Marieke gemusiceerd en daar genoot ze dan weer van. In mijn vorig verslag merkte ik nog op dat ik de begeleiding misschien meer zou moeten betrekken en vandaag gebeurde dat spontaan. Fijn om te zien hoe ook Thérèse doorheen de sessies muzikaal dichter naar de groep toe groeit.
Pierre had elke sessie al op de basmetallofoon gespeeld, dus bood ik hem vandaag bewust een xylofoon aan om de klank eens te doen veranderen. Algauw moest ik hier ingrijpen, want de kracht waar hij mee slaat is te fors voor dit kleine instrument. Daarom bood ik hem maar opnieuw de basmetallofoon aan. Naar mijn aanvoelen nam Pierre vandaag meer een luisterhouding aan dan een actieve speelhouding. Waar hij vorige week het muzikale tapijt van de sessie op zich nam, speelde hij nu gereserveerder. Toch was zijn betrokkenheid volgens mij even groot. Vaak begon hij te lachten. Ik probeerde er op in te spelen, maar naar mijn gevoel groeide er niet veel uit het lachen.
Jos zijn betrokkenheid wordt elke sessie groter. Vandaag liet hij dit ook letterlijk zien door telkens met zijn stoel dichter bij mij en bij de instrumenten te schuiven. Hij klapt vaak mee op de muziek. Zijn armen lijken dan een willekeurige beweging te maken en vaak heb ik het idee dat zijn handen niet eens op elkaar terecht zullen komen, maar telkens komt het goed, meer nog, hij klapt perfect in de maat. Hij blijft ook uitbundig meezingen.
Xavier neemt nog altijd afstand van het groepsgebeuren, maar blijft wel een interesse tonen. Die laat hij ondermeer blijken doordat hij instrumenten wegneemt en teruglegt. Hij deinst nog telkens achteruit als ik fysiek te dicht bij hem kom staan.
Muzikaal ontstaan er meer en meer momenten van samenspel in de groep. De ondersteuning die zowel Thérèse als Michel hierbij bieden, bevorderen dit groepsgebeuren volgens mij ook. Op deze manier wordt de muziek rijker doordat de deelnemers hun persoonlijke ‘muziekcoach’ krijgen en deelnemen daardoor vaak makkelijker wordt. Je zou kunnen verwachten dat we dan met drie naast mekaar aan het musiceren zijn, maar dat gebeurt niet. Er wordt zowel door deelnemers als begeleiders geluisterd naar de muziek die klinkt. Een positieve evolutie!
Verslag experiment Sint-Oda 19/01/2012
Aanwezige deelnemers: Pierre, Xavier, Marieke, Jos en Christiane
Leiding sessie en verslag: Liesbet Hoorelbeke (docent Musica)
Aanwezige begeleiding: Thérèse (leefgroepbegeleidster), Sarah (orthopedagoge St.-Oda), Hans (artistiek coördinator Musica)
Duur van de sessie: 45’
Voor de sessie begon, legde ik enkele instrumenten niet in het midden zoals anders, maar ergens ‘verloren’ in het lokaal. De aanleiding hiervoor was een gesprek met Hans na de vorige sessie over Xavier die steeds rondloopt tijdens de sessie. Hij had al een keer een instrument dat in het snoezellokaal stond, aangebracht en nu wilden we kijken of hij het ook met de andere ‘gevonden’ instrumenten zou doen. Xavier bleef vandaag meer en meer op één plaats staan kijken naar het gebeuren. Hij liet me nog steeds niet van dichtbij toe, liep soms letterlijk weg wanneer ik naar hem toe kwam. Maar zijn nieuwsgierigheid voor het gebeuren bleef. En inderdaad, na enig tijd kwam hij een ‘gevonden’ instrument in het midden leggen. Dat gebaar interpreteer ik als zijn investering in de sessie. Hij zal zijn aanwezigheid niet laten horen, maar eerder laten zien in de zorg voor de setting om het daarna weer te kunnen aanschouwen.
In de groep voelde ik muzikaal minder samenhang. Het was weer eerder ieder op zich. Dat maakte dat ik meer moest investeren om muziek te laten klinken. Maar de muziek stroomde minder dan de voorbije twee sessies. Ik voelde me soms echt bewust zoeken naar wat ik nog kon zingen en merkte dat op deze manier musiceren met deze mensen minder rijk klonk. Mijn muzikale ideeën stroomden minder. Het leek of ik meer moest investeren in elk van hen afzonderlijk om actief te musiceren en wanneer ik bij iemand wegging, kwam die persoon terug in een toestand van passief musiceren. Ze haakten niet af, bleven betrokken, maar namen een eerder afwachtende houding aan. Vooral bij Jos viel dit me op. Jos lijkt me iemand die heel gevoelig is voor wat er rondom zich gebeurd. Jos reageerde volgens mij op Marieke haar gedrag.
Thérèse had me voor de sessie laten weten dat ze naar buiten zou gaan als Marieke te veel naar haar toe trok. Vorige sessies kwam Marieke regelmatig naar haar, wanneer ze gemusiceerd had, om een beloning te vragen. Marieke leeft volgens het principe ‘voor wat hoort wat’. Marieke begon al vrij snel in het begin van de sessie te huilen en angstig te roepen, althans zo interpreteerde ik het. Ik trok naar haar toe en begon troostend, geruststellend te zingen. Ik merkte dat Marieke heel veel contact zocht met Thérèse en deze verliet de snoezelruimte. Marieke reageerde hier boos op en ze probeerde Sarah te slaan. Sarah gaat met haar naar buiten en Thérèse komt terug. Het lijkt mij dat Marieke onzeker is over wat ze in deze sessie moet doen. Ik merkte dat ook wanneer ik haar een instrument aanbood. Ze speelde wanneer ik haar hand nam. Ze keek me vaak lang aan voordat ze uit zichzelf iets probeerde en ze zocht ook vaak de bevestiging van Thérèse. Ik heb het idee dat Marieke vooral op commando functioneert. Dat was ook merkbaar na de sessie wanneer Thérèse haar aanspoorde op de metallofoon te spelen. Pas dan beleeft ze er plezier aan. Ik denk dat Marieke zo onrustig werd toen Thérèse weg was omdat zij haar mee naar de muziek genomen had en wanneer ze weg is, is de reden waarom ze in het muziekmoment aanwezig is ook verdwenen. Ze houdt letterlijk en figuurlijk vast aan Thérèse.
Jos leek vandaag dus alleen mee te zingen wanneer de situatie veilig genoeg was en wanneer ik rechtstreeks contact met hem maakte. Het beginlied zong hij vanaf de tweede toon helemaal mee. Hij klapte, dirigeerde met zijn wijsvinger, sloeg op zijn been en probeerde voorzichtig de djembé uit wanneer ik hem dit instrument aanreikte. Hij schoof dichter met zijn stoel wanneer hij meer actief betrokken was, hij schoof achteruit wanneer hij wat afstand wilde nemen van de muziek. Bij momenten van herkenning in het muzikale gegeven, begon hij af en toe te lachen. Het maakte hem vrolijk. Ook na het eindlied gezongen te hebben, blijft hij nog zacht op zichzelf het lied nazingen.
Pierre speelt uiteindelijk weer op de basmetallofoon. Voor de sessie nam ik me weer voor een ander instrument aan Pierre aan te bieden, maar toch was er ook deze sessie weer een moment waarop ik de metallofoon naar hem toeschoof. Deze actie leek vanuit mij te komen als een hulpvraag. Een vraag aan Pierre om muzikaal mee te ondersteunen. Ik wilde via hem een rijker musiceren op gang brengen, maar vandaag klikte het niet helemaal in de muziek tussen ons. Ik had het gevoel dat we vaak naast elkaar speelden. Pierre liet ik wel vaak het tempo van de muziek bepalen. Eén moment van samenspel op de metallofoon leken we meer samen te musiceren en we speelden daarbij ook met het tempo.
Met Christiane beleefde ik vandaag een heel mooi moment. Ze liet me heel dichtbij komen. Het muziek maken had duidelijk iets geopend bij haar. Ze onderzocht de gitaar en speelde er dan op in het ritme van haar wiegen. Dat wiegen deed ze trouwens ook vaak op het metrum van de muziek. Op de gitaarsnaren liet ze haar vinger heen en weer wrijven in het metrum van haar eigen wiegen. Ik ondersteunde haar door af en toe mee te wrijven over de bassnaren (dat geluid kwam sterker door dan de hoge nylon-snaren). Aangezien ik weinig anders kon doen dan de gitaar vasthouden, kon ik niet echt mee musiceren met haar. Ik kon zingen, maar wou dit niet omdat ik dan het geluid van de snaren zou overstemmen. Gelukkig was Pierre er nog die op de metallofoon begon te spelen. Ze speelden wat naast elkaar, maar toch leek het alsof Pierre een poging deed Christiane in het musiceren te betrekken. Op een gegeven moment trok Christiane mijn hand naar haar hoofd toe, ze lachte ook. Dit was voor mij zo’n mooi moment, want Christiane hield haar hoofd altijd verstopt tussen haar armen en liet mijn hand nu in dat ‘verboden’ gebied komen. Terwijl ze verder musiceerde, hoorde ik haar heel kort en zacht een zoemend geluid produceren. Ik zoemde voor haar/met haar mee. Voor Christiane is het jammer dat de experimenten nu al aan het einde zijn gekomen. Ze heeft me nu pas via de muziek durven toelaten en het lijkt of het muzikale pad nu geopend is voor ons.
Na de muzieksessie was het nog nooit zo stil geweest. Alle deelnemers bleven roerloos zitten, alsof ze aan het nagenieten waren van wat had mogen klinken gedurende deze experimenten. Ik genoot met hen mee.